Uitzendbranche komt sterk uit crisis!
De economische neergang hakt erin in de uitzendbranche, maar toont ook het belang van een omvangrijke groep flexibele arbeidskrachten.
De omzet van de Nederlandse uitzendbranche daalde in maart met eenvijfde ten opzichte van maart 2008. Het aantal gewerkte uren daalde met bijna een kwart. Dat heeft brancheorganisatie ABU afgelopen week bekendgemaakt.
Dus ja, de uitzendbranche wordt behoorlijk geraakt, beaamt directeur Aart van der Gaag van de ABU (Algemene Bond voor Uitzendondernemingen). Maar hij wil af van het beeld dat uitzendkrachten zielepoten zijn die als eerste aan de kant staan. „Uitzendkrachten vallen keurig onder de sociale zekerheid. Ze kunnen terug naar het uitzendbureau voor herplaatsing en vaak gebeurt dat ook.”
Van der Gaag wil geen mooi weer spelen. Natuurlijk kampt de branche met problemen als gevolg van de crisis. Momenteel zijn er 50.000 minder uitzendkrachten dan in dezelfde tijd vorig jaar. Toen gingen er dagelijks 250.000 mensen met een flexibel contract aan de slag. Maar de sector is niet tot stilstand gekomen. „Er gaan vandaag nog steeds elke dag 200.000 uitzendkrachten naar hun werk. In bepaalde sectoren, zoals metaal en transport, valt de vraag weg. Maar in Nederland zenden we ook in overheidssectoren als de zorg uit. Daardoor is de uitzendbranche een stuk stabieler dan bijvoorbeeld die in Frankrijk of Spanje, waar meer nadruk ligt op enkele sectoren.”
Dat er 250 uitzendbureaus failliet zijn gegaan is volgens Van der Gaag vooral aan de betreffende bedrijven te wijten. „Ik spreek niet graag van reiniging, maar dat is denk ik wel wat hier nu gebeurt. De laatste jaren zijn veel bureautjes opgericht, die een graantje wilden meepikken en zich niet altijd even goed aan wet- en regelgeving hielden.”
Van de 380 ABU-leden heeft geen bureau faillissement aangevraagd, al hebben wel enkele bureaus de deuren gesloten.
Maatschappijbreed klinkt de roep om scholing, om mensen aan het werk te houden en te helpen. Van der Gaag vindt dat ook de honderdduizenden uitzendkrachten daarvoor in aanmerking moeten kunnen komen. Scholingsfondsen van sectoren zouden ook voor flexwerkers moeten worden opengesteld. Nu volgt bijna een vijfde van de uitzendkrachten een opleiding (jaarlijks ruim 140.000). Vaak bieden uitzendbureaus zelf leerwerktrajecten aan.
De harmonicawerking van een economie met een goed georganiseerde uitzendbranche, is in deze tijd broodnodig, denkt Van der Gaag. „Er is steeds meer noodzaak om pieken en dalen op te vangen. Het gaat dan niet alleen om economische op- en neergang, maar ook om seizoenspieken. Kijk naar TNT Post, waar met Kerst extra mensen nodig zijn, maar ook naar supermarkten die met warm weer ineens veel meer verkopen. Daar kun je als bedrijf met een vast personeelsbestand moeilijk voortdurend op inspringen.”
Na elke crisis neemt volgens Van der Gaag het beroep op de uitzendbranche toe. Mede daardoor komen crises voor bedrijven minder hard aan, denkt de ABU-directeur. „In december zaten we over het geheel genomen net over de tweeduizend ontslagen. Bedrijven kunnen flexibel reageren dankzij de inhuur van uitzendkrachten. Dat heeft denk ik, in combinatie met regelingen als werktijdverkorting en deeltijd-ww, een dempende werking. Het belang van de uitzendbranche wordt door crises keer op keer onderstreept.”
Volgens onderzoek van TNO willen bedrijven hun flexibele schil uitbreiden van een vijfde tot een kwart van het personeelsbestand in 2015.


